Het onderliggende idee: anderen niet storen
Voor je losse regels uit het hoofd leert, is het goed de draad te begrijpen die ze verbindt. In Japan draait bijna alle etiquette om één begrip: de meiwaku, de overlast of hinder die we veroorzaken voor wie ons omringt. Het idee is simpel: in een land waar veel mensen leven en zich verplaatsen in heel compacte ruimtes — volle treinen, smalle straten, kleine restaurants — werkt het samenleven omdat iedereen probeert anderen niet tot last te zijn.
Daaruit ontstaan de trekken die bij aankomst het meest opvallen: de stilte in het vervoer, de orde in de rijen, de netheid van de straten ook al zijn er nauwelijks vuilnisbakken. Het zijn geen opgelegde regels, maar een stilzwijgende afspraak die van kindsbeen af wordt geleerd en die de collectieve harmonie, de wa, in stand houdt. Begrijp je dit, dan volgt bijna al het andere vanzelf: vraag je bij twijfel af of wat je gaat doen iemand kan storen.
Uit diezelfde wortel komen nog twee trekken die je meteen merkt. Een is de punctualiteit: de treinen vertrekken op de minuut en afspraken worden strikt nageleefd, dus is het verstandig op tijd (of iets eerder) te komen bij een reservering of een tour. De andere is de omotenashi, de attente en vooruitziende gastvrijheid waarmee de gast of klant wordt behandeld; die zorg voor de ander is de vriendelijke kant van hetzelfde principe van niet storen, en is precies wat je graag teruggeeft met een gebaar van respect.